Verpleegkunde vanuit de Antroposofie/Uitwendige Therapie

Ondersteuning van de herstelkrachten in de mens bij de weg

naar ‘beter’

Een ieder van ons komt op een moment dat je je op het pad begeeft van ziek naar beter.

Het ziek zijn dat zich op allerlei wijzen aan je kan tonen. Soms is het een griep die je velt, een steeds terugkerende blaasontsteking, is het een chronische ziekte waar je je weg in moet zoeken, maar soms ook is werkelijk beter worden niet meer mogelijk zoals in een terminale fase.

Het toont zich ook in je niet goed in je vel voelen, niet kunnen slapen, klachten van oververmoeidheid of een burn-out, depressieve of zware gevoelens, het je niet behaaglijk warm kunnen voelen, niet in beweging kunnen komen of een ‘hoofd’ wat maar niet tot rust kan komen.

In de wereld van de planten, de metalen en ook andere substantie zijn kwaliteiten aanwezig. Deze kwaliteiten en werkzame krachten worden in de Uitwendige Therapie aangeboden via de huid. Dit kan bijvoorbeeld via een planten- of metaalolie, een kruidenaftreksel, maar bijvoorbeeld de ui, citroen of het mosterdzaad hebben hierin een plek.

Dit aanbieden kan door de ritmische inwrijving volgens Wegman/Hauschka, kompressen en wikkels en therapeutische baden.

De huid wordt gezien als waarnemingszintuig, waarin deze als het ware werkt als een spiegel. De huid neemt de substantie waar en diegene die het ontvangt reageert hierop. Om deze zintuigfunctie aan te spreken en om zo goed mogelijk werkzaam te laten zijn, wordt de behandeling in rust gegeven en volgt er ook een rustperiode, waarbij de wakkere zintuigen, als de ogen en de oren, zo min mogelijk geprikkeld worden.

Wezenlijk bij de uitwendige therapieën is ook de warmte. Pas als je je behaaglijk warm voelt ben je in staat om datgene op te nemen wat je wordt aangeboden. Gedurende de behandeling wordt je toegedekt met een wollen deken met een flanellen laken en is enkel dat gedeelte van het lichaam vrij wat wordt ingewreven of waar een kompres wordt aangebracht.